De Dorpsschool
Laatst aangepast op donderdag 17 april 2008 21:35
Het onderwijs op "De Dorpsschool" is gebaseerd op een door alle betrokkenen gedragen visie. Deze is gebaseerd op de kwaliteitscriteria die de overheid hanteert en op de criteria die wij zelf hanteren, uitgaande van onze visie. Voor de komende beleidsperiode hanteren wij de volgende kwaliteitscriteria:* voldoen aan de kerndoelen primair onderwijs
* zorgen voor een ononderbroken ontwikkelingslijn
* verzorgen van onderwijs op maat
* sociaal, betekenisvol en strategisch leren
* brede persoonlijkheidsvorming, waaronder het ontwikkelen van
persoonlijke kwaliteiten als aanpassingsvermogen, nieuwsgierigheid
en zelfstandigheid
* het bieden van een veilige leeromgeving waarin ieder individu zich
gerespecteerd voelt
Om bovenstaande te realiseren zijn wij van mening dat een goed pedagogisch-onderwijskundig klimaat de belangrijkste voorwaarde is voor de ontwikkeling van onze leerlingen.
Om een goed pedagogisch-onderwijskundig klimaat op onze school te realiseren gaan wij uit van het feit dat leerlingen nieuwsgierig zijn en zich graag willen ontwikkelen.
Wij begeleiden onze leerlingen op een dusdanige manier dat wij tegemoet komen aan een drietal basisbehoeften, te weten:
- de behoefte aan een goede relatie: wij zorgen voor een veilige,
uitnodigende omgeving voor leerlingen, ouders en leerkrachten.
- competentie: de behoefte aan het gevoel dat je iets kunt; door het ervaren
van successen bouwen onze leerlingen een positief zelfbeeld op.
- autonomie: de behoefte aan zelf en zelfstandig zaken op te lossen
Zie hiervoor ook het "Pestprocol" met daarin opgenomen het "Pedagogisch klimaat".
In de afgelopen vier jaar hebben wij ons beziggehouden met de invulling van adaptief onderwijs en in de komende vier jaar willen wij dat voortzetten.
Daarbij willen wij inzetten op het zelfstandig werken en samenwerken van leerlingen. Wij willen daarvoor geschikte materialen aanschaffen. Ook willen wij de leerkrachten toerusten om zelfstandig en samenwerkend leren te begeleiden.
Door het hanteren van twee didactische peilers geven wij ons adaptieve onderwijs vorm, waarbij ons uitgangspunt is:
"ZELFONTWIKKELING WAAR KAN, STURING WAAR NODIG"
In de onderbouw (groepen 0, 1 en 2) wordt voornamelijk gewerkt volgens de principes van basisontwikkeling.
De doelen van basisontwikkeling geven aan welke ontwikkelings- en leerprocessen nagestreefd dienen te worden in de onderbouw. Deze bevinden zich op drie terreinen:
1: basiskenmerken: psychologische voorwaarden voor ontwikkeling en leren:
emotioneel vrij zijn, nieuwsgierig zijn en zelfvertrouwen hebben
2: brede ontwikkeling die het hele menselijke handelen doortrekt:
communiceren en taal, samen spelen en samen werken, actief zijn en initiatieven nemen, uiten en vormgeven, de wereld verkennen, voorstellingsvermogen en creativiteit, onderzoeken, redeneren en problemen oplossen, zelfsturing en reflectie, omgaan met symbolen, tekens en betekenissen
3: specifieke kennis en vaardigheden die voor een brede ontwikkeling nodig zijn:
motorische vaardigheden, waarnemen en ordenen, woorden en begrippen, schematiseren, geschreven en gedrukte taal, hoeveelheden en bewerkingen, gereedschappen en technieken, sociale vaardigheden en schematiseren
Bij het onderwijsaanbod aan onze leerlingen moeten bovenstaande terreinen aanwezig zijn.
Om deze processen te ondersteunen en te stimuleren hanteren wij drie uitgangspunten:
1: de doelen hangen nauw samen en beïnvloeden elkaar
2: kinderen hebben activiteiten en inhouden nodig die zinvol voor hen zijn en waar zij betekenis aan kunnen verlenen
3: ontwikkeling wordt bevorderd als kinderen kunnen rekenen op volwassenen die helpen die activiteiten uit te voeren die een kind graag wil en bijna kan
In basisontwikkeling stellen wij de volgende kernactiviteiten centraal:
* spelactiviteiten
* constructieve en beeldende activiteiten
* gespreksactiviteiten
* lees/schrijfactiviteiten
* reken/wiskunde-activiteiten
De rol van de leerkracht bestaat uit:
* de zorg voor een sterke pedagogische basis
* het ontwerpen van een onderwijsaanbod dat ontwikkeling en leren bevordert
* begeleiding en leiding geven zodat activiteiten en handelingsmogelijkheden van kinderen zich uitbreiden en verdiepen
* reflectie op activiteiten van kinderen en op de eigen rol
In de midden- en bovenbouw wordt voor de overdracht van de kennisgebieden (taal/lezen, rekenen en wiskunde, aardrijkskunde en geschiedenis) voornamelijk gebruik gemaakt van het directe instructiemodel in samenhang met zelfstandig werken.
Dit model houdt in dat leerlingen actief betrokken worden in een taakgerichte werksfeer en die instructie krijgen die noodzakelijk is om zich de leerstof eigen te maken. Leerlingen die minder instructie nodig hebben gaan eerder zelfstandig aan het werk met de opdrachten dan leerlingen die meer baat hebben bij een verlengde instructie. Voor leerlingen die nog meer instructie nodig hebben maken wij gebruik van de instructietafel, waar leerlingen individueel of in een groep of groepje extra begeleiding van de leerkracht krijgen.
Naast het gebruik van het directe instructiemodel besteden wij veel aandacht aan het zelfstandig werken. De leerlingen krijgen naast de basisstof de gelegenheid individueel of samenwerkend zich te verdiepen in verdiepings-/verbredingsstof of in extra opdrachten. Uit de evaluaties blijkt dat het stroomlijnen van zelfstandig werken een punt van aandacht is. Het stroomlijnen hiervan is een speerpunt in het schooljaar 2007-2008.
Op deze wijze (basisontwikkeling, directe instructie in samenhang met zelfstandig werken) is ons adaptieve concept vormgegeven.
|
![]() |
![]() |


